Hij komt nader
nadert mij
een trage gang
Hij schat mij
geen hooi, geen brok
geen suikerklont
Alles
aan zijn lijf
is rond
En lichtblond
zijn staart
en manen
Door hoog gras
moet hij zich
een paadje banen
Langs het draad
-dat ik herken-
als prikkeldraad
Voor de laatste
maal neemt ie mij
de maat
Keert mij
zonder enig commentaar
de ronde billen toe.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten